Zie weerstand als verkapte motivatie

We omschrijven weerstand doorgaans in negatieve termen. Mensen "liggen dwars", er is "gedoe", ze "zetten hun hakken in het zand" en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het voelt als een muur die de voortgang blokkeert.

Maar weerstand komt nooit zonder reden. Het ontstaat omdat een verzoek of verandering iets raakt in de kern van een persoon, een gevoelige psychologische snaar. En dat is eigenlijk positief nieuws. Want het betekent dat er motivatie schuilgaat achter de weerstand. Het doet iemand iets. En dat is een stuk positiever dan dat het iemand koud laat. A-motivatie is het moeilijkst om mee te werken.

Een voorbeeld. Stel, je werkt aan een diversiteits- en inclusietraject. Je merkt dat een deel van de medewerkers zich verzet. Enkelen sturen je zelfs een directe, kritische e-mail: "Waar bemoei jij je mee? Ben jij hier wel de aangewezen persoon voor?"

Het is begrijpelijk om zo'n bericht persoonlijk op te vatten. Maar als je het gedragsmatig leest, vertelt die e-mail iets anders: iemand ervaart een bedreiging van zijn autonomie en reageert daarop. Misschien voelt diegene zich onveilig, want welke spannende dingen gaan er nu gebeuren? En: diezelfde persoon heeft de moeite genomen om te reageren. Er zit energie achter.

Weerstand is dus geen gebrek aan betrokkenheid. Het is een uiting ervan.

Wat kun je hier praktisch mee? Begin met het stellen van de vraag achter de vraag. Niet "hoe zorg ik dat deze persoon ophoudt met tegenwerken", maar "wat heeft deze persoon nodig om zich veilig genoeg te voelen om mee te bewegen?" Die verschuiving in perspectief verandert hoe je een gesprek ingaat, hoe je een initiatief insteekt en hoe je reageert op kritiek.

Bijvoorbeeld: Iemand die negatief reageert op een verandering, geeft je eigenlijk informatie. Gebruik die informatie. Ga het gesprek aan, vraag door en zoek naar de onderliggende behoefte. Vaak blijkt dat mensen niet tegen de verandering zelf zijn, maar tegen de manier waarop die wordt doorgevoerd, of tegen het gevoel geen grip meer te hebben op hun eigen werk. Dat is iets om mee te werken.

‍

Maak de beerput open, en durf te kijken

Hierop aansluitend: wie serieus met weerstand aan de slag gaat, moet bereid zijn om lastige gesprekken te voeren. Weerstand gaat vrijwel altijd gepaard met emotie: boosheid, angst, frustratie, of een gevoel van onmacht. De neiging is om die emoties te omzeilen of te sussen. Mijn advies is het tegenovergestelde: valideer ze, en zoek dan door naar de onderliggende oorzaak.

Waarom is iemand boos? Waarom beweegt een team niet? Wat ligt er werkelijk aan ten grondslag?

Praktisch betekent dit het volgende. Lees interne onderzoeken, zoals medewerkerstevredenheidsonderzoeken of klantonderzoeken, met een psychologische bril. Zoek actief naar signalen van weerstand. Ga daarnaast in gesprek met de doelgroep zelf. Niet over hen praten, maar met hen. Een informeel gesprek van tien minuten kan soms al heel veel informatie opleveren.

In die gesprekken zijn een paar basisprincipes van groot belang. Stel open vragen en laat stilte toe. Vraag door waar antwoorden oppervlakkig blijven. Iemand die zegt "daar had ik gewoon geen zin in" heeft nog niets gezegd over de werkelijke reden. Door door te vragen kom je tot de kern. Is het een gebrek aan tijd of middelen? Een behoefte aan keuzevrijheid, het gevoel dat iets wordt opgelegd zonder inspraak? Angst voor de gevolgen, voor het onbekende, of voor wat de verandering betekent voor de eigen positie? Of heeft iemand simpelweg nog nooit goed uitgelegd gekregen waarom de verandering noodzakelijk is? Al die kernredenen vragen om een andere aanpak. Dat kan ongemakkelijk voelen, voor beide kanten, maar juist in dat ongemak zit vaak de meest waardevolle informatie.

Er zit wel een grens aan dit luisteren. In de praktijk zijn er altijd groepen die zo diep in de weerstand zitten dat gesprekken in cirkels draaien: steeds dezelfde pijnpunten, de oorzaak altijd buiten zichzelf. Herken dat patroon, haal eruit wat nuttig is, en richt je energie vervolgens op de groepen waar beweging mogelijk is. In veel verandertrajecten geldt dat als een deel van de organisatie in beweging komt, de aarzelende groep vaak vanzelf volgt.

‍

Kijk naar het systeem, niet alleen naar het individu

Een van de meest gemaakte fouten in verandertrajecten is dat weerstand te snel wordt toegeschreven aan individuen. Medewerkers moeten "gewoon meegaan in de verandering", "minder weerstand bieden" en "open staan voor het nieuwe". Maar als diezelfde medewerkers werken in een omgeving waar beslissingen misschien boven hun hoofd worden genomen, waar fouten maken  voor hun gevoel niet geaccepteerd wordt, of waar processen structureel niet op orde zijn, is hun weerstand geen eigenschap van hen. Het is een logische reactie op hun context.

Kijk daarom eerst naar het systeem. Wie of wat beperkt de autonomie van mensen? Hebben kritische medewerkers misschien gewoon een goed punt? Zijn de randvoorwaarden aanwezig om het gevraagde gedrag te vertonen?

Pas als die basis op orde is, heeft het zin om te werken aan gedragsinterventies op individueel niveau. Niet andersom. Het is zowel de meest effectieve als de meest eerlijke volgorde.

Kortom: weerstand is geen obstakel dat je uit de weg moet ruimen. Het is informatie. Wie leert om het te lezen, begrijpt zijn organisatie beter en bouwt aan verandering die beklijft.